De doorwerking van het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap

Auteurs:

Uitgever: Intersentia

Het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap van 13 december 2006, luidt een nieuwe fase in de internationale bescherming van de rechten van de mens in. Het bevat een brede waaier aan rechten die vaak al in andere mensenrechtenverdragen voorkwamen maar die nu voor het eerst met een

specifieke focus op personen met een handicap verenigd zijn in dit ene verdrag. Het is het eerste globale mensenrechtenverdrag dat in dit millennium tot stand kwam in de schoot van de Verenigde Naties.Het Verdrag kondigt een nieuwe aanpak aan ten aanzien van personen met een handicap. De rechten die hierin aan bod komen, zijn erg divers. Zowel rechten die traditioneel worden beschouwd als politieke en burgerlijke rechten, als economische, sociale en culturele rechten komen aan bod in het IVRPH.In dit boek wordt nagegaan welke gevolgen het IVRPH in de Belgische rechtsorde heeft. In de eerste plaats wordt onderzocht in hoeverre individuen zich rechtstreeks op het Verdrag kunnen beroepen voor een Belgische rechter. Waar een rechtstreeks beroep niet mogelijk is, is het belangrijk om te weten te komen wat de indirecte effecten van het Verdrag zouden kunnen zijn in de (sub)nationale rechtsorde. Ten slotte rijst de vraag naar de effecten van het feit dat ook de Unie partij is bij het Verdrag op de situatie in België.
Het boek is als volgt opgebouwd. Eerst wordt kort stilgestaan bij de totstandkoming van het Verdrag en vervolgens wordt een algemeen overzicht gegeven van de bestaande technieken van doorwerking. De grootste aandacht gaat naar de economische, sociale en culturele rechten, aangezien over de doorwerking van deze rechten nog de meeste twijfel bestaat. Daarbij wordt verwezen naar de ervaring met andere verdragen die economische, sociale en culturele rechten bevatten. In dit deel wordt ook al ingezoomd op de doorwerking van het IVRPH zelf. In het derde deel wordt op artikelsgewijze basis een overzicht gegeven van de bepalingen uit het IVRPH en hierbij wordt gezocht naar de vormen van doorwerking die kans op slagen hebben.In het laatste deel wordt uitgelegd hoe de Europese Unie, die zelf ook partij is bij het Verdrag, de nationale evoluties kan beïnvloeden.
In de reeks Discriminatierecht in theorie en praktijk verschijnen studies die actuele ontwikkelingen in het discriminatierecht identificeren en duiden. De reeks is gericht zowel op academici als beleidsmakers.
Stefan Sottiaux is docent Staats- en Bestuursrecht en Discriminatierecht aan de KU Leuven en advocaat. Jogchum Vrielink is postdoctoraal onderzoeker aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de KU Leuven. Sinds 1 januari 2012 staan de auteurs in voor de coördinatie van de onderzoekstak Discriminatierecht binnen het Steunpunt Gelijkekansenbeleid, aan de rechtsfaculteit van de KU Leuven (Instituut voor Constitutioneel Recht). Het Steunpunt is een consortium waaraan ook de universiteiten van Antwerpen, Brussel, Gent en Hasselt participeren.Hoofdredactie reeks: Stefan Sottiaux en Jogchum Vrielink

Druk
1
Datum
maart 2014
ISBN
9789400004924
Aantal pagina's
142
Website uitgever
Online versie vanaf
€ 33.96 (BTW excl.)
Prijs gedrukt exemplaar
€ 42.45 (BTW excl.)
Terug Meer details
resultaten
Meer resultaten